Zoekresultaten

Record: oai:ARNO:643660

AuteurD.A.C. Nijssen
TitelPersoonlijkheidsrechten: een beperking van het eigendomsrecht? : Een onderzoek naar de toepassing van een belangenafweging tussen de persoonlijkheidsrechten van de maker van een auteursrechtelijk beschermd werk en het recht op eigendom van de eigenaar van dat werk, met name toegespitst op bouwwerken
BegeleiderP.B. Hugenholtz
Jaar2018
Pagina's51
FaculteitFaculteit der Rechtsgeleerdheid
OpleidingFdR MA Informatierecht
TrefwoordenPersoonlijkheidsrechten; art. 25 Aw; bouwwerk; architect; eigendom
SamenvattingHet recht op eigendom wordt in het Burgerlijk Wetboek omschreven als het ‘meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben’. Deze omschrijving impliceert een onbeperkt genot van het eigendom. Echter lijkt via de persoonlijkheidsrechten uit het auteursrecht dit meest omvattende recht toch te kunnen worden beperkt. Deze persoonlijkheidsrechten geven de maker van een auteursrechtelijk beschermd werk namelijk het recht zich te verzetten tegen wijzigingen in en aantastingen van het werk.
In deze scriptie wordt onderzocht onder welke omstandigheden een inbreuk op het eigendomsrecht van de eigenaar van een auteursrechtelijk beschermd werk door de uitoefening van de persoonlijkheidsrechten van de maker van dat werk gerechtvaardigd is. In het bijzonder wordt ingegaan op bouwwerken aangezien veelal bij deze werken bovengenoemde rechten tegenover elkaar komen te staan. Het spanningsveld tussen het recht op eigendom en het persoonlijkheidsrecht wordt toegelicht en er wordt ingegaan op de wenselijkheid van een belangenafweging tussen deze twee rechten.
Uit de aard van zowel het eigendomsrecht als het persoonlijkheidsrecht volgt dat beide rechten fundamentele rechten zijn. Dit heeft tot gevolg dat het gaat om twee gelijke rechten en derhalve niet vaststaat welk recht bij een botsing van deze rechten dient te prevaleren. Om bovengenoemde vraag te kunnen beantwoorden wordt een vergelijking gemaakt tussen de wijze waarop het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) omgaat met geschillen aangaande deze twee rechten en de wijze waarop de Nederlandse rechter deze geschillen behandelt. Inzichtelijk wordt gemaakt dat het grootste verschil ligt in het al van niet toepassen van een belangenafweging.
Geconcludeerd wordt dat bij geschillen tussen het eigendomsrecht van de eigenaar van een auteursrechtelijk beschermd werk en het persoonlijkheidsrecht van de maker van dat werk altijd een belangenafweging dient plaats te vinden, waarbij alle ter zake dienende omstandigheden van het geval in acht dienen te worden genomen. Aangezien dit leidt tot het wegvallen van het onderscheid tussen de artikelen 25 lid 1 sub c en d van de Auteurswet wordt deze scriptie afgesloten met een aanbeveling tot wijziging van artikel 25 van de Auteurswet.
TaalNederlands
Soort document scriptie master
Download